Feit of fabel: is Mechels&Ko overbodig?
- jan25303
- 24 aug
- 4 minuten om te lezen
In Vlaanderen lijkt financiële hulp vandaag overal te vinden. Elke gemeente beschikt over een OCMW, de CAW’s begeleiden mensen in schuldbemiddeling, banken en accountants staan ondernemers bij met advies. Organisaties als UNIZO en VLAIO ondersteunen zelfstandigen bij hun financieel plan. En wie liever digitaal werkt, vindt in enkele seconden een app die zijn uitgaven categoriseert of zelfs een AI-coach die elke maand een spaarbedrag wegzet. Voeg daar nog de initiatieven van de FSMA, zoals Wikifin en de Week van het Geld, aan toe en het beeld is duidelijk: de Vlaming kan terecht bij een overvloed aan instanties, kanalen en tools.
Vanuit die invalshoek lijkt een organisatie als Mechels&Ko inderdaad overbodig. Waarom nog een extra speler toevoegen aan een veld dat al verzadigd lijkt?
Het “overbodig”-kamp: de feiten
De cijfers lijken overtuigend. Vlaanderen telt bijna 300 erkende instellingen voor schuldbemiddeling, vooral OCMW’s en CAW’s. Hun dienstverlening is gratis en wettelijk verankerd. In principe kan elke burger met budgetproblemen daar terecht.
Op educatief vlak doet Vlaanderen het uitzonderlijk goed. In het internationale PISA-onderzoek 2022 naar financiële geletterdheid haalden Vlaamse 15-jarigen de hoogste score wereldwijd. Zestien procent van hen behoort tot de absolute topgroep, tegenover gemiddeld 10 procent in de OESO-landen. Slechts 12 procent scoorde ondermaats, ver beneden het internationale gemiddelde van 24 procent. Vlaanderen lijkt dus een generatie af te leveren die beter gewapend is om financiële beslissingen te nemen.
Ook technologie lijkt het probleem te tackelen. Bankapps categoriseren automatisch uitgaven, en FinTech-toepassingen zoals Wakosta?! helpen gezinnen hun budget beter plannen. Internationaal tonen AI-apps zoals Cleo dat gebruikers gemiddeld honderden euro’s per jaar besparen. Zelfhulp via technologie is toegankelijker dan ooit.
En dan is er nog de structurele factor. Volgens Statbel leefde in 2023 13,2 procent van de Belgen in een huishouden dat niet in staat was om een onverwachte uitgave van 1.400 euro te dragen. Voor die gezinnen gaat het minder om gebrek aan kennis of motivatie, en meer om inkomensongelijkheid en hoge vaste kosten. Zoals armoede-onderzoekers vaak benadrukken: “te weinig geld is de basis van het probleem”. Coaching verandert niets aan huurprijzen of energiefacturen.
Het verdict van dit kamp is duidelijk: er zijn voldoende kanalen, de jongeren zijn beter voorbereid, technologie helpt, en de diepste problemen zijn structureel. Een extra speler als Mechels&Ko lijkt dan niets meer dan een doublure.
De blinde vlek
Maar wie verder kijkt dan de statistieken, ziet dat het plaatje minder sluitend is. Want als het bestaande aanbod zo sluitend was, waarom zaten er in 2023 nog altijd meer dan 50.000 Vlaamse gezinnen in budget- of schuldhulpverlening? Waarom gaf 65 procent van de werkende Belgen (Securex, 2023) aan zich zorgen te maken over hun financiële situatie, zelfs bij wie een degelijk loon ontvangt? En waarom concludeerde GraydonCreditsafe in 2024 dat één op vijf Vlaamse kmo’s geen buffer heeft om een onverwachte schok op te vangen?
Het antwoord: hulp is er wel, maar vaak niet voor de juiste groep, niet op het juiste moment en niet in de juiste vorm.
OCMW’s en CAW’s zijn er pas voor wie al diep in de problemen zit. Zelfstandigen en tweeverdieners met chaos maar zonder officiële schulden, vallen vaak uit de boot.
Banken en accountants leveren cijfers, maar zelden gedragsverandering. Ze presenteren de balans, maar niet waarom iemand facturen uitstelt of geld “verdwijnt” in de dagelijkse praktijk.
Apps geven data, maar geen accountability. Ze sturen geen bericht als je plan weer sneuvelt, noch confronteren ze je met patronen die je liever niet ziet.
En hoewel Vlaamse jongeren bovengemiddeld scoren op financiële geletterdheid, begint hun echte financiële volwassenheid pas wanneer ze geconfronteerd worden met hypotheken, personeel, kinderen of onverwachte medische kosten.
Kortom: het probleem ligt niet in een gebrek aan aanbod, maar in de kloof tussen weten en doen, tussen cijfers en gedrag, tussen systeem en strategie.
Het gat in de markt
Precies daar ligt de bestaansreden van organisaties zoals Mechels&Ko. Niet door nóg een app te ontwikkelen, noch door enkel cijfers mooier te presenteren, maar door drie dingen te combineren die zelden samenkomen:
Cijfermatig inzicht – het vertalen van chaos naar overzicht en systemen.
Gedragsmatige confrontatie – de spiegel durven voorhouden waar anderen zwijgen.
Empathische begeleiding – begrijpen dat achter elk cijfer een mens zit die zich schaamt of blokkeert.
Een OCMW helpt wanneer het water tot boven de lippen staat. Een bank geeft je een overzicht, maar geen discipline. Een app kan berekenen dat je 320 euro per maand uitgeeft aan restaurants, maar ze belt je niet als je jezelf weer voorneemt te sparen.
Een aanpak die tegelijk warm en confronterend is, vult dat gat wél. Want duurzame verandering gebeurt pas wanneer mensen hun gedrag onder ogen zien én concrete systemen invoeren die vooruitgang mogelijk maken.
Conclusie
Is Mechels&Ko overbodig? Wie enkel naar het bestaande landschap kijkt, kan die conclusie verdedigen: er is aanbod, er is educatie, er zijn tools. Maar de realiteit is dat 65 procent van de werkende Belgen geldstress kent en één op vijf Vlaamse kmo’s zonder buffer staat.
Het idee dat Mechels&Ko overbodig is, is dus een fabel. Niet omdat er geen alternatieven zijn, maar omdat die alternatieven niet volstaan. De kloof blijft tussen weten en doen, tussen cijfers en gedrag, tussen plannen en uitvoeren.
En precies daar ligt de meerwaarde van Mechels&Ko: een organisatie die de feiten niet enkel blootlegt, maar tegelijk de mens achter die cijfers meeneemt naar een nieuwe strategie.


Opmerkingen